Deel I : Algemene uitgangspunten

Deel 1: Algemene uitgangspunten

1. Inhoudelijke uitgangspunten vanuit het Beleidskader sociaal domein

NB Naar aanleiding van het nieuwe collegeprogramma/coalitieakkoord kunnen op termijn de doelstellingen en uitgangspunten wijzigen.

De volgende doelen zijn relevant voor het werk van de welzijnsorganisaties:

  • Meer kinderen en jongeren van 0-27 benutten hun kansen en talenten, zo nodig met hulp.
  • Meer (jong)volwassenen doen naar vermogen mee in de samenleving, waar mogelijk via betaald werk.
  • Nieuwkomers in Meierijstad integreren sneller in de samenleving met een duurzaam resultaat.
  • Meer inwoners leven gezonder zodat ze beter functioneren en minder zorg nodig hebben.. Daarbij is het gedachtegoed positieve gezondheid het uitgangspunt.
  • Inwoners zijn zelfredzamer door meer gelijkwaardige, integrale en laagdrempeliger ondersteuning en zorg in eigen omgeving.
  • Inwoners voelen zich meer eigenaar van lokale voorzieningen en hebben hier meer over te zeggen.
  • Hulp voor onze inwoners is dichtbij en snel beschikbaar.
  • We leggen verbinding tussen het sociaal domein en het domein veiligheid

2. Gezamenlijke uitgangspunten inzake de relatie gemeente - welzijnsorganisaties

De gemeente (ad 1) en de vijf welzijnsinstellingen (ad 2) delen de volgende uitgangspunten:

  • Gemeente en de instellingen werken toe naar één gezamenlijke opdracht voor het sociaal werk in Meierijstad;
  • De instellingen werken vanuit één dienstverleningsconcept, en werken toe naar één geïntegreerde dienstverlening;
  • De opdracht vanuit de gemeente wordt zoveel als mogelijk is in termen van gewenste ‘resultaten’ geformuleerd;
  • De gemeente is opdrachtgever en regisseur, stelt kaders en stuurt zonodig bij. 
  • De welzijnsinstellingen maken in het werkplan inzichtelijk welke wijzigingen t.o.v. het voorgaande jaar zijn doorgevoerd/worden voorgesteld, zowel inhoudelijk als qua inzet/financieel. Hierbij is uitgangspunt dat er in ieder geval in het urenoverzicht en het financiële overzicht een vergelijking wordt gemaakt tussen het nieuwe subsidiejaar en het voorgaande jaar.
  • Voor de gemeente zijn er per 2021: 1 aanspreekpunt en 1 opdrachtnemer vanuit de welzijnsorganisaties en 1 subsidierelatie tussen beide.
  • Gemeente en de instellingen werken samen aan de doorontwikkeling van het partnerschap en samenwerking. Hierin komen o.a. onderwerpen als opdrachtnemer en opdrachtgeversrol, resultaatbeschrijving, (resultaat-)meting en monitoring aan bod. Onderdeel van de doorontwikkeling maakt ook de samenwerking met overige organisaties uit, denk hierbij aan samenwerking met GGD (gezondheid), Vluchtelingenwerk (inburgering, statushouders), SW-bedrijven (PIM, Leefgoed), woningbouwcorporaties en culturele organisaties. 

Ad 1: Vanuit de gemeente zijn de belangrijkste onderleggers voor deze uitgangspunten:

  • Visie Meierijstad ‘Meedoen!’ 2018 – 2022 (2018), paragraaf 5.1
  • Beleidskader sociaal domein 2019 – 2022 (2019), Voorwoord en p. 7
  • Startnotitie project Samenwerking welzijnsorganisaties (28.12.2018)

Ad 2: Vanuit de vijf welzijnsinstellingen zijn de belangrijkste onderleggers voor deze uitgangspunten:

  • Visie en gezamenlijk dienstverleningsconcept organisaties sociaal werk in Meierijstad (eind 2016)
  • Notitie inzet samenwerkende welzijnsorganisaties beleidskader sociaal domein Meierijstad 2019 - 2021 (2018)

3. Gezamenlijke uitgangspunten inzake het dienstverleningsconcept

De gemeente en de vijf welzijnsinstellingen delen de volgende uitgangspunten van de dienstverlening door de instellingen:

  • Gemeente en instellingen stellen de leefwereld van de inwoners centraal en laten daar de systeemwereld zoveel mogelijk op aansluiten.
  • De dienstverlening vormt zich naar de krachten, kwaliteiten en opgaven in elk van de kernen van de gemeente. Inwoners voelen zich meer eigenaar van lokale voorzieningen en hebben hier meer over te zeggen.
  • De instellingen ondersteunen inwoners in het zorgen voor en benutten van de eigen identiteit van de kern waarin ze wonen en leven en zijn gericht op het realiseren van zelfstandige basisvoorzieningen en versterken van burgerinitiatief. 
  • De instellingen zorgen voor eenduidigheid qua bekendheid/vindbaarheid richting inwoners en passen de communicatiemiddelen daar aan.
  • De instellingen werken vanuit positiviteit: we zien mogelijkheden en kansen en passen een informele leer-en ontwikkelaanpak toe die leidt tot aanpakken en oplossingen die dicht bij de inwoners staan. 
  • De instellingen werken vanuit inclusiviteit: zij spannen zich in om mensen met een beperking volop kansen en mogelijkheden te geven om mee te doen.
  • De instellingen nemen het voortouw in het bundelen van de krachten en kwaliteiten van inwoners, verenigingen en professionals in alle domeinen als de kansen zich voordoen of de opgave in een kern dat vraagt. Vanuit hun wortels in de kernen formuleren ze samen met inwoners, wijken dorpsraden, professionele en vrijwilligersorganisaties de maatschappelijke opgaven en bieden ondersteuning om zelf en met het netwerk problemen op te lossen op individueel en collectief niveau, voor zover dat binnen de opdracht aan de instellingen valt. 
  • De instellingen werken toekomstgericht. Zij realiseren innovaties met inwoners en verbeteren zo hun diensten en processen.
  • De welzijnsinstellingen nemen in de gesprekken met de diverse partijen waar mogelijk de resultaten uit de leefbaarheidsmonitor Meierijstad mee.
  • De instellingen monitoren en signaleren trends en ontwikkelen en spelen daar op in. Dit geldt ook voor ontwikkelingen als gevolg van corona.

4. Financieringsvorm

De vijf welzijnsinstellingen worden voor hun taken gesubsidieerd. In het proces naar de afspraken 2020 met de maatschappelijke partners is door het college besloten om verder te gaan met een samenwerking op basis van een subsidierelatie.

5. Betekenis van het veranderproject Toegang voor de subsidierelatie met de vijf instellingen

In Beleidskader sociaal domein is het volgende opgenomen:
“Het Gebiedsteam (…) bestaat uit gemeentelijke klantmanagers en professionals van de samenwerkende maatschappelijke partners. Ook het CJG maakt onderdeel uit van het Gebiedsteam. Het Gebiedsteam levert dienstverlening en richt zich op preventie. De gemeente voert de regie over het Gebiedsteam.”

Het Gebiedsteam is een samenwerkingsverband van de gemeente met de coöperatie sociaal werk Meierijstad en bestaat uit twee delen: team toegang en team sociaal maatschappelijk.

In gezamenlijkheid (gemeente en coöperatie) wordt invulling gegeven aan de doorontwikkeling van de toegang. Hiervoor is een management-overleg ingericht. In dit overleg zijn de uitgangspunten (tekstuele uitwerking positionering en registratie) en een implementatie-agenda vastgesteld die als richtsnoeren dienen voor dit proces. Volledigheidshalve verwijzen we naar deze documenten.

De doorontwikkeling toegang is een proces dat al enige tijd loopt. Dit proces heeft consequenties voor de opdrachtformulering en afspraken daar waar dit de doorontwikkeling toegang raakt. Specifiek geldt dit voor de formatie die ingezet wordt t.a.v. Team Toegang en bijbehorende (te maken) afspraken over formatie, vervanging, afstemming etc. De input voor deze afspraken komen uit het managementoverleg en de acties uit de implementatie-agenda. Het kan daarom zijn dat op basis van de ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht veranderingen of aanscherpingen zullen plaatsvinden in de opdracht en/of afspraken. Hierover zal dan verder worden afgestemd. Vertegenwoordigers van de kernpartners (directieleden en professionals) wordt gevraagd om (actief) deel te nemen aan het project optimaliseren Toegang. 

Deel II: Nadere invulling van de opdracht per blok

6. Subsidievoorwaarden, te stellen aan blok a.

Het gaat dan om eisen te stellen aan het personeel, dat door de moederorganisatie ingezet wordt in de samenwerking.
Te denken valt aan:

  • kwaliteitseisen met betrekking tot opleiding, en dergelijke;
  • het accepteren van de werkwijzen binnen het gebiedsteam;
  • deelname aan (bij-)scholing, studiedagen en teambuildingsactiviteiten van het Gebiedsteam;
  • onderschrijven van een aantal normen die binnen het gebiedsteam gelden, zoals de inclusieve samenleving, onderlinge vervanging.

Verder betreft het afspraken met de instelling(en) over bijv. vervanging bij ziekte, eenduidigheid qua bekendheid/vindbaarheid richting inwoners. De input voor deze afspraken komen uit het managementoverleg en de acties uit de implementatie-agenda en zullen daarna worden geborgd in de subsidie-afspraken en opdrachten.

NB. Zoals onder punt 5. Beschreven heeft het proces van doorontwikkeling toegang mogelijk consequenties voor de opdrachtformulering en afspraken daar waar dit de doorontwikkeling toegang raakt. Op basis van de ontwikkelingen zullen er veranderingen of aanscherpingen plaatsvinden in de opdracht, voorwaarden en/of werkafspraken. E.e.a. is nader in/aan te vullen n.a.v. de doorontwikkeling van de Toegang. 

7. Opdracht met betrekking tot de taken van blok b.

De gemeente wil voor de taakvelden, zoals beschreven in het Beleidskader sociaal domein, haar verwachtingen richting de instelling(en) zoveel mogelijk vertalen in te bereiken resultaat. Het resultaat betreft de persoonlijke baat die een inwoners heeft van de dienstverlening door de instelling, danwel de maatschappelijke baat van deze diensten. De gemeente wil dus vooral sturen op de ‘wat-vraag’ (wat zou de instelling moeten bereiken met haar activiteiten?) en niet zozeer op de ‘hoe-vraag’’ (hoe moeten de activiteiten uitgevoerd worden?).
In de notitie ‘Hoe te komen tot een resultaatgerichte ‘opdracht’ voor de welzijnsorganisaties?‘ wordt deze resultaatsturing nader uitgewerkt. In liefst zo SMART mogelijke vorm worden resultaten geformuleerd; is dat (nog) niet mogelijk dan wordt de taakopdracht zo concreet mogelijk geformuleerd in prestatietermen. Daar waar e.e.a. nadere concretisering behoeft wordt dit in de doorontwikkeling van de samenwerking verder uitgewerkt. Dit geldt ook voor onderwerpen als (resultaat-)meting en monitoring.  

Bij de opdrachtformulering wordt uitgegaan van het volgende format:

  1. Uitgangspunten Beleidskader sociaal domein
  2. Opdracht/taak
  3. Resultaat(meting)
  4. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?
  5. Randvoorwaarden / kwaliteitseisen

N.B. Zie deelopdrachten Blok b.