Deelopdrachten in het kader van blok B

1a. Deelopdracht m.b.t. het CJG

a. Uitgangspunten beleidskader

Het CJG is een  netwerk van samenwerkende partijen spin in het web met betrekking tot regie en coördinatie van preventie in de 0e en 1e lijn. Het fungeert als eerste aanspreekpunt voor jeugdigen en hun ouders en levert een bijdrage aan de ontwikkeling van jongeren in Meierijstad door middel van een toegankelijk en collectief Meierijstad breed aanbod gericht op opvoeden en opgroeien. Het CJG heeft een uniforme en herkenbare uitstraling die breed uitgedragen wordt door alle betrokken netwerkpartners.

b. Opdracht/taak

Algemene opdracht: Lever capaciteit voor de taakuitvoering van het CJG aanvullend op- en in samenwerking met- de capaciteit die door het GGD wordt geleverd en geef hiermee invulling aan de werkzaamheden van het CJG zoals beschreven in de Notitie Inrichting CJG 2021
a.Lever de CJG coördinator aan die fungeert als meewerkend voorman/vrouw, het aanspreekpunt voor de gemeente en voorzitter van de projectstuurgroep CJG 
b.Lever een jaarplan aan, conform format uit het werkplan CJG, waarin de acties, rollen, taken en concrete doelstellingen voor het jaar zijn vastgelegd. 

Taken:

  1. Het geven van informatie en advies via telefoon, internet en (inloop)spreekuren
  2. Het (door)ontwikkelen en uitvoeren van een preventieve agenda met activiteiten en (groeps)trainingen ter bevordering van de positieve gezondheid en zelfredzaamheid van jeugdigen in samenwerking met netwerkpartners. Dit aanbod is toegankelijk voor alle jeugdigen en hun ouders in Meierijstad.
  3. Het ontwikkelen en beheren van een website voor het CJG Meierijstad, inclusief de ontwikkelingen en uitvoering van een communicatieplan om de bekendheid en vindbaarheid van het CJG te vergroten. 

c. Resultaat(meting): 

Ad 1. Ouders en jongeren krijgen (op eigen niveau) ondersteuning en 90% van hen heeft er aantoonbaar baat bij.
Ad 2. Dit aanbod sluit aantoonbaar aan op de actuele (opvoed)vragen van ouders en jongeren én op signalen en trends die spelen in Meierijstad in het preventieve jeugdveld. Hierbij worden signalen vanuit andere netwerkpartners meegenomen.

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

In het kader van de doorontwikkeling toegang en de deelopdracht CJG is in 2020 de Notitie Inrichting CJG 2021 vastgesteld. Hierin staan de uitgangspunten voor de inrichting van het CJG vanaf 2021 en de rol van de Coöperatie Sociaal Werk daarin beschreven. Onderdeel van deze notitie is het uitwerken van een werkplan en een jaarplan. Deze documenten vormen de basis van de subsidieopdracht m.b.t. het CJG aan de coöperatie door de gemeente. 

e. Randvoorwaarden:

  • Zorg voor afstemming en samenwerking met andere partners die werkzaam zijn in het preventieve jeugdveld, zoals het jongerenwerk, Novadic Kenteron, de GGD, HALT, POH en Onderwijs;
  • CJG medewerkers hebben kennis van het actuele aanbod van deze partners en kunnen adequaat doorverwijzen;
  • Het CJG neemt deel in relevante overleggen zoals het Signaleringsoverleg Jeugd;
  • Het CJG voert vindplaatsactiviteiten uit en zorgt zo voor aansluiting met scholen, consultatiebureau, kinderopvang, sport etc. Deze worden nader uitgewerkt in het jaarplan, in afstemming met gemeente en de projectstuurgroep CJG.
1b.  Deelopdracht m.b.t. Individuele ondersteuning

Voor inwoners van alle leeftijden

Naast de algemene en collectieve dienstverlening aan inwoners zijn er ook een aantal werksoorten/werkterreinen die zich meer richten op het individu of individuele dienstverlening. Deze werksoorten vinden hun opdrachtverlening in deze deelopdracht. Als gevolg van de doorontwikkeling, zie ook algemene uitgangspunten, wordt deze deelopdracht herzien op basis van de doorontwikkeling van de toegang en de herdefiniëring van blok a. 

a. Uitgangspunten beleidskader


Met vroegsignalering en preventie op het brede sociale domein voorkomen we dat er problemen ontstaan of dat kleine problemen uitgroeien tot complexe, omvangrijke ondersteuningsvragen. Individuele leefstijlfactoren, de sociale omgeving, de fysieke omgeving en overige leefomstandigheden zijn van grote invloed op de gezondheid van een individu. Vanuit veel, zo niet alle afzonderlijke domeinen en bijbehorend beleid wordt invloed uitgeoefend op de gezondheid van een individu. Inwoners in hun eigen omgeving kunnen ondersteuning krijgen op een laagdrempelige wijze. Hierbij dient breed gekeken te worden naar de behoefte van de inwoner, zodat er integrale ondersteuning en zorg geboden kan worden. We vinden preventie belangrijk, voorkomen is immers beter dan genezen. Op het gebied van preventie zijn er veel (lokale) partners met wie wordt samengewerkt. Daaronder de welzijns- en maatschappelijke organisaties die een bijdrage leveren aan het mee kunnen (blijven) doen in de samenleving of bijvoorbeeld aan een gezonde leefstijl. De partners zijn vaak juist dicht bij de inwoners te vinden en hebben naast  een rol in de preventie ook een rol in vroegsignalering. We willen bereiken dat inwoners die ondersteuning of zorg nodig hebben, voordat zij zich wenden tot professionele ondersteuning en zorg, al preventief bereikt worden.

b. Opdracht/taak

Continuering van inzet gericht op het individu of individuele dienstverlening. Hieronder valt uitvoering van een aantal concrete werksoorten als Sociaal raadsliedenwerken  Maatschappelijke werk maar ook de inzet t.b.v. jeugd en volwassenen i.r.t. blok a.

c. Resultaatmeting

  1. Beperken van inzet specialistische zorg door middel van preventie en substitutie;
  2. Toename van het aantal arrangementen met een component uit de 0een 1e lijn;
  3. Toename van het aantal multidisciplinaire analyses (deelname Blok A multiproblematiek)
  4. Toename van het aantal outreachende interventies (deelopdracht 10)

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

Deze deelopdracht is toegevoegd om de individuele dienstverlening een plek te geven in de opdracht. Deze werksoorten maakten eerder al onderdeel uit van het werkplan en afspraken met de maatschappelijke partners. Dit is nu explicieter gemaakt.

e. Randvoorwaarden:

a. Een en ander sluit aan bij de doorontwikkeling van de toegang.

2. Deelopdracht m.b.t. aanbod voor jeugdigen met beginnende problematiek/kwetsbare jongeren

a. Uitgangspunten beleidskader

Meer (jong) volwassenen doen naar vermogen mee in de samenleving.

b. Opdracht/taak

1. Ontwikkel een passend aanbod voor de aandachtsgroepen ‘jeugdigen met beginnende problematiek’. Dit aanbod kan de aandachtsgroepen Meierijstad breed adequaat bereiken en heeft aantoonbaar baat voor de jongeren. Onder aandachtsgroepen verstaan we in ieder geval:

  • Kwetsbare jongeren met psychische problematiek, e/o gedragsstoornissen e/o LVB
  • Eenzame jongeren
  • Jongeren en ouders in een vechtscheiding
  • Jonge mantelzorgers 

2. Breng daarnaast in kaart welke andere aandacht groepen bestaan in Meierijstad en in hoeverre (aangepaste) interventie wenselijk is, c.q. wat dit betekent in het kader van herijking van de opdracht (zie resultaten).
3. Geef per aandachtsgroep een indicatie van de huidige omvang en het huidige bereik van jongeren binnen deze groepen en geef aan in hoeverre het bereik met passende interventies kan toenemen

c.    Resultaat(meting)

  1. Breng in kaart welke interventies reeds bestaan en welke effecten worden bereikt in termen van bereik, tevredenheid en in hoeverre deelnemers baat hebben bij de interventies. Net als bij onze eigen dienstverlening streven we naar en klanttevredenheid met een 8.
  2. Lever twee maal per jaar een trendrapportage op (in Q1 en Q3) Geef op basis hiervan een advies t.a.v. het bestaande interventieaanbod en in hoeverre aanpassingen nodig zijn. Neem hierin de input van de overige partners in het preventieve jeugdveld mee.

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

Jonge mantelzorgers zijn een specifieke groep mantelzorgers en worden daarom apart benoemd in deze deelopdracht en verwijderd onder deelopdracht 8. We willen jonge mantelzorgers in Meierijstad en hun ondersteuningsbehoeften kennen. Samen met maatschappelijke partners zoals scholen en welzijnsorganisaties zorgen we ervoor dat zij zich ondanks hun zorgtaak goed kunnen ontwikkelen en optimaal kunnen participeren in de samenleving.

e. Randvoorwaarden

  • Dit Meierijstad-brede aanbod wordt in samenspraak en afgestemd met alle relevante partners in het preventieve jeugdveld ontwikkeld, zodat er een gedragen maar ook efficiënt en effectief aanbod ontstaat. 
  • Deze afstemming zorgt er ook voor dat het aanbod actueel en vraaggericht is: door gebruik te maken van de netwerkstructuur van het preventieve jongerenwerk en de link met het gebiedsteam (via jongerenwerk en CJG) kan adequaat én breed ingezet worden op de vindplaatsen van jongeren. 
  • M.b.t. taak 1, jonge mantelzorgers: de sociaal werkers zijn deskundig in het herkennen van mantelzorg en in het bereiken van mantelzorgers. Ze zijn goed op de hoogte van hun ondersteuningsbehoeften en bieden hiertoe hulp. Deze kennis wordt gedeeld met klantmanagers van de gemeente en met andere samenwerkingspartners.
3. Deelopdracht m.b.t. het jongerenwerk

a. Uitgangspunten beleidskader

Meer kinderen en jongeren van 0 – 27 benutten hun kansen en talenten, zo nodig met hulp.
Het jongerenwerk levert een bijdrage aan de talentontwikkeling van jongeren in Meierijstad door middel van een toegankelijk en collectief Meierijstad breed georganiseerd vrijetijdsaanbod,  uitgevoerd vanuit de kernen. Het jongerenwerk speelt een belangrijke rol in het vroegtijdig signaleren en doorverwijzen van problemen en de aanpak van overlast gevend gedrag van jongeren(groepen) in de openbare ruimte.

b. Opdracht/taak

1.Lever capaciteit voor de taakuitvoering van het ambulant jongerenwerk aanvullend op de capaciteit die door de (structurele) gemeentemedewerker wordt geleverd:

  • Midd els de methodiek van ambulant werken contact houden met jeugd(groepen) in de openbare ruimte en zo mogelijk betrekken bij activiteiten. 
  • Voorkomen van overlast op straat door jongeren. Daarbij valt ook het  samenwerken met partners in de aanpak van overlast en brugfunctie naar buurtbewoners. Dit conform de in 2021 vastgestelde ‘werkwijze aanpak overlast gevende jeugdgroepen in Meierijstad.

2. Zorg voor een passend aanbod wat een bijdrage levert aan de positieve ontwikkeling en het welbevinden van jongeren d.m.v. een vraaggericht activiteitenprogramma in het jongerencentrum dan wel in de openbare ruimte.

  • Binnen het programma moet in ieder geval structureel aandacht zijn voor de thema’s:
    • Alcohol en drugs
    • norm overschrijdend gedrag
    • seksueel geweld (o.a. gericht op meisjes, met het meidenwerk) 
  • Meidenwerk wordt aangeboden in heel Meierijstad. 
  • Breng daarnaast in kaart welke andere aandachts thema’s er bestaan in Meierijstad en in hoeverre (aangepaste) interventie vanuit het jongerenwerk wenselijk is, c.q. wat dit betekent in het kader van herijking van de opdracht (zie resultaten).
  • Hoewel het aanbod in beginsel per kern wordt uitgevoerd, wordt Meierijstad breed zoveel mogelijk de samenwerking gezocht met andere jongerenwerkers/sociaal werkers om kennis, middelen en capaciteit te delen.
  • Faciliteren en beheer van de jongerencentra zelf, c.q. zorg dragen voor voldoende specifieke binnen- en buitenruimte voor het faciliteren van activiteiten. 

3. Het aanbieden van individuele coaching:

  • Coaching met als doel het voorkomen, vroegtijdig signaleren en doorverwijzen van probleemgedrag. 
  • Signaleren en doorgeleiden van jongeren naar hulpverlening en contact onderhouden, stimuleren gedurende het traject.

c. Resultaat(meting)

ad 1.

  • Frequent terugkoppelen, incl. monitoren van de interventies; hierbij wordt onder meer in kaart gebracht in hoeverre het jongerenwerk een  aantoonbare bijdrage levert aan het (weer) krijgen van een zinvolle dagbesteding van jongeren, die eerder dreigden te ontsporen.  
  • Er wordt aantoonbaar ingezet op meldingen van overlast door jeugdgroepen

Ad 2.         

  • Het aanbod bereikt minimaal 15% van de jongeren
  • Hierbij wordt in kaart gebracht in hoeverre het aanbod een aantoonbare bijdrage heeft geleverd aan het (weer) krijgen van een zinvolle dagbesteding van jongeren, die eerder dreigden te ontsporen.  

Ad 3.

  • 90% van de jongeren hebben aantoonbaar baat bij deze interventie.

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

De manier van resultaatmeting en - verantwoording is hetzelfde in alle kernen.
De organisatie van het jongerenwerk: niet meer per kern maar Meierijstad breed. 

e. Randvoorwaarden

  • Zorg voor afstemming en samenwerking met andere partners die werkzaam zijn in het preventieve jeugdveld, zoals o.a. het CJG, Novadic Kenteron, de GGD, HALT, politie, BOA’s POH en onderwijs. 
  • Jongerenwerkers/sociaal werkers hebben kennis van het actuele aanbod van deze partners en kunnen adequaat doorverwijzen;
  • Per kern neemt een jongerenwerker/sociaal werker deel aan het signaleringsoverleg Jeugd en heeft daarin een signaalfunctie. 
  • Deze éne jongerenwerk-netwerkstructuur is verbonden met de drie lokale gebiedsteams.
4. Deelopdracht Voor- en vroegschoolse educatie / taalstimulering

a. Uitgangspunten Beleidskader

Door middel van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) proberen we ontwikkelachterstanden vroegtijdig te signaleren en in te zetten op het verkleinen van die achterstanden.

b. Opdracht/taak

  1. De coördinatie van VVE, die een verbinder, begeleider en ondersteuner is in het ‘spinnenweb’ van gemeente, VVE-aanbieders, onderwijs en aanverwante partners zoals de jeugd-GGD
  2. Het aanbieden van stimulerende taalactiviteiten/-projecten (zoals Voorleesexpress en Digi-Thuis) voor de doelgroep: kinderen met een taal en / of ontwikkelachterstand, veelal kinderen met een VVE indicatie. 

c. Resultaat(meting)

Ad 1    

  • Verhogen bereik doelgroepkinderen (naar 98%)
  • Toeleiding naar een VVE locatie (nog te monitoren) 
  • Tevredenheid bij VVE partners over nut/toegevoegde waarde van de VVE coördinator . Net als bij onze eigen dienstverlening streven we naar en klanttevredenheid met een 8.

Ad 2

  • Aantal deelnemers dat men bereikt (liefst alle doelgroepkinderen, want hiermee werk je enorm aan ouderbetrokkenheid.) 
  • Waardering die mensen geven over deelname aan taalprojecten 
  • Beoordeling hoe deelnemers ‘vooruit’ zijn gegaan

NB Graag ontvangen we wel een uitgesplitst uren/kosten overzicht voor opdracht ad 1 en ad 2 (inclusief uitsplitsing VoorleesExpress / Digi-Thuis).

d.    Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

De coördinatie van Digi-Thuis wordt structureel ingebed in de opdracht ad 2.Er wordt wel in gezamenlijkheid gesproken over een aanpassing in de taken en prioritering voor VVE coördinatie (opdracht ad 1). Uitkomsten zullen t.z.t. worden verwerkt.

e. Randvoorwaarden / kwaliteitseisen

Het functieprofiel onafhankelijk VVE coördinator gemeente Meierijstad is van toepassing op de uitvoering van opdracht ad 1.

5. Deelopdracht Aanpak laaggeletterdheid

a. Uitgangspunten Beleidskader

De aanpak laaggeletterdheid doelgericht en breed maatschappelijk uit te voeren en te verankeren in Meierijstad. Hierbij wordt samengewerkt met maatschappelijke organisaties, werkgevers, onderwijs en de burgers.

b. Opdrachten/taken

Samen met de partners scherpen we het beleid verder aan en zijn we verantwoordelijk voor de taalinhoudelijke dienstverlening van het Taalhuis. 
Het educatieaanbod om geletterdheid te bevorderen, kan onderverdeeld worden in formele en non-formele educatie. Het verschil tussen formele en non-formele educatie is, dat de formele educatie wordt aangeboden door een onderwijsinstelling met diploma-erkenning.
Non-formeel leren is niet gericht op het behalen van een erkend diploma of certificaat. Het is georganiseerd en gestructureerd leren, maar vindt plaats buiten het formele onderwijssysteem. De welzijnspartijen en de bibliotheek hebben een rol in het non-formele aanbod.

We gaan aan de slag vanuit drie invalshoeken namelijk:

  1. Bewustmaking: de gemeente, organisaties en burgers worden zich bewust gemaakt van de urgentie van het probleem laaggeletterdheid;
  2. Preventieve aanpak: Het aanpakken van laaggeletterdheid richt zich vaak op volwassenen, maar de meest effectieve aanpak is het voorkomen ervan, dus preventie.
  3. Curatieve aanpak: het bereiken van de laaggeletterden in Meierijstad en het bieden van een passend aanbod.

De welzijnsorganisaties zullen in alle drie punten een rol krijgen ( ad 1,2 en 3).  
Tevens is het van belang dat laaggeletterden die een taalaanbod hebben gehad, zonodig nog begeleid worden (taal-‘onderhoud’). Ook hierbij kunnen welzijnsorganisaties een rol spelen.

Op al deze punten zal het komende jaar meer ingezet worden op de kracht van  ervaringsdeskundigen laaggeletterden. Hiervoor wordt een testpanel ingericht waar ervaringsdeskundigen onder andere worden getraind en opgeleid tot tester van schriftelijke communicatie. Zij gaan brieven en teksten van websites lezen en doen aanbevelingen voor een toegankelijker taalgebruik voor iedere burger.  
Daarnaast zullen deze ervaringsdeskundigen ook ingezet gaan worden om burgers die moeite hebben met de basisvaardigheden beter te bereiken.
Deze ervaringsdeskundigen gaan er voor zorgen dat we sneller contact maken met de doelgroep en ons laagdrempeliger gaan presenteren op vindplaatsen zoals o.a. het bedrijfsleven, welzijn partijen, voedselbanken en uitkeringsbestanden. De welzijnsorganisatie zullen in de uitvoering hiervan een rol krijgen, (uitbreiding van de uren voor de welzijnsorganisaties is hierin  noodzakelijk).  
    
Bij punt 3 zal het komende jaar extra ingezet worden op de camouflagecursussen volgens de Klasse Methodiek. Afgelopen jaar zijn de welzijnspartijen middels het subsidietraject van Tel mee met Taal druk bezig geweest met de doorontwikkeling van deze cursussen en deskundigheidsbevordering van de medewerkers die deze cursussen verzorgen. 

De taalvrijwilligers hebben een belangrijke rol binnen het taalnetwerk. Samen met de partners van het Taalhuis zorgen zij voor een optimale dienstverlening om geletterdheid te bevorderen. 
De welzijnsorganisaties zijn verantwoordelijk voor de werving van deze vrijwilligers en zorgen voor het trainen van deze vrijwilligers door o.a. het geven van de basistraining en de uitleg van de methodiek klasse.

Het taalnetwerk en het taalhuis Meierijstad zal versterkt gaan worden door de inzet van een Taalnetwerk coördinator. De welzijn partijen zullen aanspreekpunt zijn voor de lokale doorvertaling van acties van deze coördinator Taalnetwerk voor Meierijstad. 

Daarnaast krijgen zij een rol in het zorgdragen voor overleggen en het nakomen van werkafspraken binnen de Taalwerkgroep. Ze houden overzicht op de planning met taalactiviteiten voor de drie kernen van Meierijstad en de evaluatie hiervan. 

c. Resultaat(meting)

Er is een breed aanbod in taal in gemeente Meierijstad. We zien dat de groep NT2 goed wordt bereikt, maar dat met name de NT1 groep meer aandacht nodig heeft. Met de insteek van het project :”Tel mee met Taal”. Zal het huidige aanbod aan camouflage cursussen onder de loep worden genomen en verruimd worden en de deskundigheid van de medewerkers van de taalhuizen bevorderd worden.  
Ook zal Maurice de Greef met zijn monitoring het educatie aanbod evalueren. Hierbij wordt gekeken naar de succesfactoren en waar de mogelijkheden liggen met als doel: betere bereikbaarheid van de doelgroep en een aanbod dat aansluit bij de wensen en behoeften van de doelgroep.

Resultaatindicatoren:

  1. Bereik van de laaggeletterden (formele en informele aanbod);
  2. Slagingspercentages (formele aanbod)
  3. Daling laaggeletterdheid onder de bereikte doelgroep (nader te monitoren)
  4. Het aantal interventies gericht op het bereik van de NT1 doelgroep

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

Extra tijdelijke taken in het kader van landelijke subsidies en projecten. Gesprekken volgen hierover nog. 

e. Randvoorwaarden / kwaliteitseisen

Het ‘Uitvoeringplan 2018 – 2022 geletterdheid’, is van toepassing.

6. Deelopdracht inclusieve samenleving

a. Uitgangspunten Beleidskader

Voor de gemeente Meierijstad is het welzijn van burgers belangrijk. Niet voor iedereen is meedoen aan onze samenleving vanzelfsprekend. Een inclusieve samenleving is een samenleving waarin inwoners ongeacht hun lichamelijke of verstandelijke beperking, hun afkomst of seksuele geaardheid gelijkwaardig mee kunnen doen. Gemeente Meierijstad vindt inclusie en diversiteit (lhbtiq+ en afkomst) belangrijk. En welzijn kan een bijdrage leveren aan een inclusieve samenleving door het sociaal en fysiek toegankelijk maken van activiteiten en voorzieningen, door expertise deling en door bewustwording te verbeteren. 

Aangezien het welzijn van burgers belangrijk is, investeert de gemeente in welzijn als algemene voorziening. Doel hiervan is dat inwoners, zowel met als zonder beperking, kunnen deelnemen aan de samenleving en zelfredzame burgers zijn die de regie hebben over hun leven. In lijn met deze uitgangspunten is langer thuis wonen ook een aandachtsgebied. Inzet van welzijn draagt bij aan de sociale cohesie in de wijk en aan meer maatschappelijke inzet. Activiteiten dragen ertoe bij dat iedereen kan meedoen in Meierijstad (inclusie) en uitsluiting wordt verminderd. 

b. Opdracht/taak

1. Omdat het belangrijk is dat iedereen, zowel met als zonder beperking, mee kan doen, verwachten wij van de maatschappelijke partners dat zij:

  • bij het organiseren van activiteiten en bijeenkomsten rekeningen houden dat ook mensen met een beperking deel kunnen nemen, en daarom maatregelen treffen om dit mogelijk te maken;
  • bij hun contacten met andere organisaties de bewustwording over inclusie, diversiteit en anti-discriminatie aankaarten en verbeteren;
  • mede-ambassadeur zijn om bij te dragen aan bewustwording over inclusie en diversiteit en aan de ontwikkeling naar een inclusieve samenleving in gemeente Meierijstad;
  • De partners zijn bewust bezig met inclusie, dit onderwerp komt expliciet terug in (uitvoering van) de afzonderlijke deelopdrachten. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt hoe inclusie verwerkt is in de lopende activiteiten en vertaald wordt naar ambities.
  • hun expertise op het gebied van mensen met een beperking, zowel lichamelijk, verstandelijk of psychisch, met elkaar delen en elkaar hierbij ondersteunen. 
  • Beschikbare expertise (bv. op het terrein van GGZ, verstandelijke beperking, autisme) wordt breder binnen de samenwerkingspartners en het netwerk van de maatschappelijke partners ingezet, verspreid en aangeboden.

2. Het stimuleren van sociale cohesie en de leefbaarheid in dorpen of wijken, het weghalen van drempels die deelname aan de samenleving bemoeilijken, er aan bijdragen dat er ‘ontmoetingen’ plaats vinden, die waardoor groepen die er niet makkelijk bij horen, toch hun’ draai kunnen vinden’ (zoals statushouders, arbeidsmigranten), dat er wederzijds begrip en respect tussen inwoners wordt gestimuleerd en dat de eenzaamheid wordt verminderd.

3. In lijn met de uitgangspunten van de gemeente is de coöperatie partner ten aanzien van de opgaven op de thema’s wonen, welzijn en zorg. De coöperatie maakt deel uit van het pact wonen, welzijn en zorg en draagt bij aan de aanpak en uitvoering van de gezamenlijk gemaakte afspraken op dit thema.

c. Resultaat(meting)

Ad 1. De organisaties waarmee samengewerkt wordt c.q. die worden ondersteund, waarderen de ambassadeursrol omtrent inclusie en de aangeboden expertise over mensen met een beperking en de mate dat de bewustwording over inclusie wordt gestimuleerd (te meten via bv. enquête of impactanalyse). Dit resultaat krijgt expliciet aandacht in het jaarverslag.
 Ad 2. Het aantal interventies/ weggehaalde barrières/ hulpvragen, en de tevredenheid daarmee van betrokkenen. Net als bij onze eigen dienstverlening streven we naar en klanttevredenheid met een 8.

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

Er is eerder afstemming geweest tussen gemeente en partners waarbij nadere afspraken zijn gemaakt rondom inclusie. Deze afspraken blijven van toepassing op 2023 en zijn in bovenstaande meegenomen. Wonen, welzijn en zorg is expliciet benoemd, dat was eerder niet het geval.

e. Randvoorwaarden / kwaliteitseisen

Het is belangrijk dat de activiteiten/voorzieningen voor iedereen goed toegankelijk zijn, zowel in sociaal opzicht als fysiek.

7. Deelopdracht Laagdrempelige inloopvoorzieningen en daginvulling

a. Uitgangspunten Beleidskader

Door het stimuleren van inloopvoorzieningen, verspreid in Meierijstad, willen we bereiken dat inwoners in hun eigen omgeving kunnen deelnemen aan activiteiten. Dit gebeurt vanuit het uitgangspunt van sociale activering en participatie. Inloop en dagbesteding zijn de eerste trede op de participatieladder. Een volgende trede zou, indien mogelijk, vrijwilligerswerk zijn (zie deelopdracht 12). Op dit moment wordt gewerkt aan de verdere uitwering/invulling van deze uitgangspunten. Dit heeft mogelijk consequenties voor de rol van welzijn en de invulling daarvan.

b. Opdracht/taak

De welzijns- en maatschappelijke organisaties dienen een bijdrage te leveren aan het mee kunnen (blijven) doen in de samenleving. Hierbij is preventie belangrijk, zodat wenden tot professionele ondersteuning en zorg wordt voorkomen of uitgesteld. Dit willen we bewerkstellingen door de krachten te bundelen met lokale voorzieningen en initiatieven. Verder door lokaal inloopvoorzieningen te realiseren waar alle inwoners welkom zijn als bezoeker, vrijwilliger of als deelnemer.
Daarom verwachten wij van de maatschappelijke partners dat zij:

  • krachten bundelen met lokale voorzieningen en initiatieven;
  • lokale voorzieningen en initiatieven gerund door vrijwilligers actief ondersteunen bij hun vragen, verbreden van de doelgroep, bij het zoeken van nieuwe vrijwilligers, bij deskundigheidsbevordering of het door ontwikkelen van hun activiteiten;
  • Nieuwe initiatieven op dit gebied ondersteunen bij het organiseren, borgen en/of verbreden van de doelgroep.
  • Het overzicht afkomstig uit het eerder uitgevoerde onderzoek van niet-geïndiceerde dagbesteding of daginvulling actueel houden;
  • sociale activering en participatie: deelname aan de projecten PIM en Leefgoed en daarmee bijdragen aan (gemeentelijke) activeringsprojecten

Op basis hiervan dienen de maatschappelijke partners te bezien of nieuwe dagbestedingslocatie(s) nodig zijn of dat er voor inwoners met bepaalde achtergrond passende dagbesteding ontbreekt.

WelzijnopRecept 


Welzijnoprecept is door de maatschappelijke partners in samenwerking met huisartsen Synchroon opgestart in 3 kernen van Meierijstad.  Huisartsen verwijzen inwoners met klachten zonder aanwijsbare medische oorzaak naar de welzijncoach van de maatschappelijke partners. De welzijncoach zoekt met de inwoner naar een sociale oplossing in het voorliggend veld. Het project beoogt medicalisering te voorkomen en het welzijn van inwoners te vergroten. De koppeling met inloopvoorzieningen als laagdrempelige voorziening is een logische. 
WelzijnopRecept wordt als project ook aanbevolen vanuit de werkgroep Preventie regionale samenwerking zorgaanbieders en verder uit te rollen in o.a. de gemeente Meierijstad. Hier ligt ook een rol voor VGZ. Op termijn kunnen beide ontwikkelingen gekoppeld worden. Voor nu is het van belang dat inspanningen en resultaten gemonitord worden, ook in relatie tot de bestaande opdracht.

Inloop voorziening Geld en Zo. 


De Welzijnsorganisaties ontwikkelen het concept Geld en Zo verder  in 2022  zodat per 1 januari 2023 deze inloopvoorziening binnen alle drie verschillende kernen in Meierijstad aanwezig is en kan worden uitgevoerd. De coöperatie krijgt in 2022 nog eenmalig subsidie ten behoeve van de overbruggingsperiode tot 1 januari 2023, zodat daarna – per 1 januari 2023 – de uitrol van Geld en Zo volledig geïmplementeerd is in de werkwijze en opdracht van de partners binnen de coöperatie. De inzet valt per die datum onder de reguliere werkzaamheden.  

c. Resultaat(meting)

  1. Inwoners die gebruik maken van de inloop en daginvulling zijn tevreden met het geboden aanbod.
  2. Vrijwilligers die betrokken zijn bij inloop en daginvulling zijn tevreden over de geboden ondersteuning.
  3. Up to date en actueel overzicht van Laagdrempelige inloopvoorzieningen en daginvulling (formeel en informeel).

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

Afhankelijk van het behoefte- en locatieonderzoek, kan dit leiden tot het aantrekken van andere bezoekers en/of activiteiten. Eventueel leidt dit ook tot verandering in locaties. 
Na de evaluatie van de pilot Geld en Zo, zal de gemeente zich beraden over het vervolg. Bij een positieve evaluatie wordt het project mogelijk over de hele gemeente uitgerold en geïmplementeerd in de opdracht. Over het vervolg op basis van de pilot wordt gewerkt aan een plan door de maatschappelijke partners. Medio 2021 zal hierover verder afstemming plaatsvinden over continuering en verdere uitrol in 2021 en verder. Wij verwachten van de coöperatie dat zij t.a.v. van Geld en Zo ook afwegen of dat onderdeel moet zijn van het structurele aanbod en hoe dat gerealiseerd kan worden. Dit ook ten aanzien van vergelijkbare activiteiten op inhoud of qua inloopvoorzieningen die in het bestaande aanbod zitten waarbij afgewogen wordt of e.e.a. slimmer georganiseerd en/of samengewerkt kan worden (ruimte voor nieuwe structurele activiteiten) en/of er een verschuiving in samenstelling van het aanbod kan plaatsvinden (nieuw voor oud).

e. Randvoorwaarden / kwaliteitseisen

De inloopvoorzieningen dienen breed te zijn qua bezoekers en qua activiteiten. Dus inwoners met verschillende achtergronden of behoeften kunnen bij een inloop terecht voor verschillende (dag)activiteiten, maar ook voor uiteenlopende vormen van ondersteuning. Hierdoor is dagbesteding voor en ondersteuning aan inwoners laagdrempelig voor handen. Een inwoner die een kop koffie komt drinken bij een inloopvoorziening kan daar ook terecht voor vragen over financi‘le problemen, vrijwilligerswerk of bestrijding van eenzaamheid.

8. Deelopdracht Mantelzorg

a. Uitgangspunten Beleidskader

We spannen ons in om de mantelzorgers in Meierijstad en hun ondersteuningsbehoeften steeds beter te leren kennen.
Door mantelzorgers zo goed mogelijk te ondersteunen en te faciliteren maken we mantelzorg mogelijk en voorkomen we overbelasting. Mantelzorgers zijn goed geïnformeerd over ondersteuningsmogelijkheden en waarderingsvormen die binnen en door onze gemeente geboden worden. 

b. Opdracht/taak

  1. Herkennen en signaleren van mantelzorg.
  2. Jonge mantelzorgers zijn een specifieke groep mantelzorgers. De opdracht rondom jonge mantelzorgers ondergebracht in deelopdracht 2.
  3. Ondersteuning van mantelzorgers; op grond van maatschappelijke ontwikkelingen, expertise en contacten met mantelzorgers wordt de gemeente geadviseerd over het ondersteuningsaanbod. Vervolgens implementeren van diensten (bijvoorbeeld; praktische workshop, respijtzorg, lotgenotencontact).
  4. Waardering van mantelzorgers: op grond van maatschappelijke ontwikkelingen, expertise, ervaringen en contacten met mantelzorgers wordt de gemeente jaarlijks geadviseerd over de waardering van mantelzorgers. Vervolgens implementatie daarvan, in overleg met de gemeente. We kiezen hiervoor een formule voor geheel Meierijstad met lokale accenten (bijvoorbeeld; waarderingsbijeenkomst, cadeaubon, workshops). 
  5. Informeren van mantelzorgers. Hiertoe worden efficiënte communicatiemiddelen ontwikkeld. Ondersteuning en informatie is gemakkelijk te vinden, bijvoorbeeld door het inrichten van steunpunten/aanspreekpunten. 

c. Resultaat(meting)

  1. Toename van het bereik onder mantelzorgers (nulmeting in 2019)
  2. Tevredenheid van de mantelzorgers over de ondersteuning en de informatie. Net als bij onze eigen dienstverlening streven we naar en klanttevredenheid met een 8.
  3. De mate dat overbelaste mantelzorgers ervaren dat de overbelasting minder is geworden.

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

Geen wijzigingen

e. Randvoorwaarden / kwaliteitseisen

M.b.t. taken 1, 2 en 3: de sociaal werkers zijn deskundig in het herkennen van mantelzorg en in het bereiken van mantelzorgers. Ze zijn goed op de hoogte van hun ondersteuningsbehoeften en bieden hiertoe hulp. Deze kennis wordt gedeeld met klantmanagers van de gemeente en met andere samenwerkingspartners.
M.b.t. taak 5: er is voldoende deskundigheid over voorzieningen en regelgeving m.b.t. mantelzorg om mantelzorgers te informeren, verwijzen en adviseren. 

9. Deelopdracht Dementie

a. Uitgangspunten Beleidskader

Meierijstad is een dementievriendelijke gemeente. 
Er is in onze gemeente bekendheid over en begrip en tolerantie voor de problematiek rond dementie. Onze inwoners, verenigingen, onderwijs, bedrijven en instellingen worden gestimuleerd mensen met dementie en hun mantelzorgers te ondersteunen en hen te helpen optimaal te participeren in onze samenleving. 

b. Opdracht/taak

  1. Samen met het netwerk DVG meer bekendheid, begrip en tolerantie voor de problematiek rond dementie realiseren bij bedrijven, instanties, vrijwilligersorganisaties, scholen.
  2. Hiertoe verbinding zoeken en samenwerken met lokale netwerken van (zorg)professionals, bedrijven en vrijwilligers in de drie grote kernen van Meierijstad. 
  3. Samen met netwerkpartners organiseren van en aansluiten bij voorlichtingsbijeenkomsten en activiteiten, ontwikkelen van nieuwe methodieken.  
  4. Zorgdragen voor goede communicatie over DVG Meierijstad (bijvoorbeeld middels website en folders). 

c. Resultaat(meting)

1. Tevredenheid meten bij de DVG-partners over de ondersteuning en de informatie. Net als bij onze eigen dienstverlening streven we naar en klanttevredenheid met een 8.

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

Geen wijzigingen

e. Randvoorwaarden / kwaliteitseisen

10. Deelopdracht  Zorg en veiligheid

a. Uitgangspunten Beleidskader

Zorg- en veiligheidspartners werken intensief samen aan domeinoverstijgende vraagstukken en complexe casuïstiek. We werken preventief en signaleren in een vroeg stadium problemen rond kwetsbare inwoners met psychosociale problematiek, verslaving, radicalisering, ex-gedetineerden, dak- en thuislozen, jeugdoverlast, huiselijk geweld. Samen met andere netwerkpartners vormen we een sluitende aanpak en zijn we in staat escalatie en veiligheidsissues te voorkomen.  

b. Opdracht/taak

  1. Zorg en veiligheid is een jong en dynamisch beleidsterrein. Van de welzijnscoöperatie vragen wij de gemeente te adviseren over thema’s en casuïstiek op dit gebied, relevante deskundigheid te ontwikkelen en bovendien actief te participeren bij nieuwe ontwikkelingen. 
  2. De welzijnscoöperatie is ketenpartner in het voorkomen, herkennen en vroegsignaleren van complexe problematiek op het snijvlak van zorg en veiligheid bij jeugd, volwassenen en gezinnen. De coöperatie adviseert op beleids- en casusniveau, biedt de juiste ondersteuning, ontwikkelt deze en verwijst waar nodig naar de juiste partij. participeren in de lokale aanpak van regionale projecten zoals preventie psychiatrische/psychosociale- en verslavingsproblematiek, preventie dak- en thuisloosheid, aanpak huiselijk geweld. Gezamenlijk mede-ontwikkelen en implementeren van diensten en producten, protocollen en samenwerkingsafspraken
  3. Intensievere samenwerking met organisaties voor ervaringsdeskundigenbijdrage aan de verbetering van de lokale inzet ervaringsdeskundigheid. 
  4. Voortzetten van buurtbemiddeling als middel bij het in een vroeg stadium aanpakken van problemen tussen buren en in wijken. Zorgdragen voor deskundigheidsontwikkeling van de bemiddelaars; herkennen van complexe problematiek en kennis van de sociale kaart zodat effectief samengewerkt kan worden met ketenpartners en waar nodig verwezen kan worden.  
  5. Ketenpartner in het project Thuis in de wijk: meedenken in en mede mogelijk maken van de ambitie mensen met complexe  problematiek en/of een detentieverleden soepel terug te laten keren in de samenleving.  De coöperatie is partner in het realiseren van een fijne leefomgeving en een krachtige wijk,waardevolle daginvulling, passende ondersteuning. 
  6. Keten- en gesprekspartner bij diverse bijzondere projecten en maatschappelijke thema’s zoals; inrichting en implementatie AVE (escalatie) model,  mensenhandel, begeleiding woonwagenbewoners , aanpak vakantieparken, radicalisering, discriminatie, leefbaarheid. In 2023 zullen we met name inzetten op de thema's huiselijk geweld, nazorg ex-gedetineerden, implementatie AVE model en mensenhandel. Voor deze onderwerpen worden onder meer trainingen aangeboden aan de sociaal werkers van de coöperatie die deel uitmaken van de gebiedsteams. De casuïstiek wordt a.d.h.v. specifieke methodes en procedures opgepakt. Bijv top 3-systematiek bij huiselijk geweld.
  7.  In de nieuwe bestuursperiode zal veel aandacht besteed worden aan het tegengaan van polarisatie. Dit thema wordt de komende periode uitgewerkt. Hier zal de welzijnscoöperatie ook bij betrokken worden.  

c. Resultaat

(Tevredenheid bij de interne en externe zorg- en veiligheidspartners over de kwantitatieve en kwalitatieve inzet van de coöperatie. Net als bij onze eigen dienstverlening streven we naar en klanttevredenheid met een 8.

  1. Stijging van aantal geslaagde interventies buurtbemiddeling met  5 % tov voorgaande jaar
  2. Deelname aan en inzet voor werkgroepen, trainingen en casuïstiek op genoemde thema’s 

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

De problematiek bij kwetsbare groepen neemt toe en wordt steeds complexer. Het aantal zorg- en veiligheidsthema’s neemt nog steeds toe. Dit vraagt om specifieke deskundigheid, intensieve aandacht en samenwerking van diverse partijen in het sociaal domein en in het domein van veiligheid. Hier wordt ook vanuit de gemeente op geïnvesteerd. We blijven met elkaar in gesprek over de rol van de welzijnscorporatie op dit terrein.

Organisaties van ervaringsdeskundigen  hebben de opdracht gekregen intensiever samen te gaan werken met de lokale welzijnsorganisaties. Dit vraagt om enige tijdsinvestering van de cooporatie Medio 2022 starten we met de herinrichting van de 24/7 crisis- en outreachende zorg in Meierijstad. Dit kan consequenties hebben voor de inzet van de coöperatie bij psychosociale crisis tijdens kantoortijden. Als extra onderwerp is het tegengaan van polarisatie opgenomen.

e. Randvoorwaarden / kwaliteitseisen

Binnen de welzijnsorganisaties is voldoende deskundigheid, capaciteit en flexibiliteit  om aan de zorg- en veiligheidsopdracht te kunnen voldoen.

11. Deelopdracht Onafhankelijke cliëntondersteuning

a. Uitgangspunten Beleidskader

Passende cliëntondersteuning en keuzevrijheid voor de inwoners van Meierijstad. Een zo breed mogelijke invulling van de functie van cliëntondersteuning in het sociaal domein: jeugd, Wmo en participatie.
Onze inwoners zijn goed op de hoogte van de mogelijkheden van onafhankelijke cliëntondersteuning.

b. Opdracht/taak

 Het bieden van onafhankelijke cliëntondersteuning aan de cliënt en/of diens vertegenwoordiger, verwante of mantelzorger met een ondersteuningsvraag, middels:

  • Procesbegeleiding; 
  • Procesbegeleiding bezwaar en beroep (en het voorkomen hiervan); 
  • Mediation (bespreekpunt: is dit onderdeel/taak van de OCO); 
  • Hulpvraag verduidelijken, zo objectief mogelijk;
  • Preventief, integraal en levensbreed (over alle leefgebieden heen) werken;
  • Vertalen (tolk), weg wijzen (tom-tom), informatie en advies geven (vraagbaak);
  • Mogelijkheden aanreiken;
  • Inwoner zelf tot een (gedegen) keuze laten komen;
  • Inwoner (waar mogelijk) activeren;
  • Signaleren van hiaten en knelpunten;
  • Vanuit de positie naast de inwoner (stelt zijn/haar vraag centraal).

Onafhankelijke cliëntondersteuning vindt naast de basisondersteuning in de gebiedsteams plaats en is daarmee aanvullend (en apart gepositioneerd en georganiseerd).  

De gemeente ontwikkelt onafhankelijke cliëntondersteuning door naar aanleiding van het koploperschap. Ketenpartners worden betrokken bij de verdere uitwerking van het project en van hen wordt verwacht dat zij zich committeren en participeren in de visie, het proces en de werkafspraken die hieruit voortvloeien. Samenwerking met andere aanbieders van onafhankelijke cliëntondersteuning kan hier onderdeel van zijn. 

c. Resultaat(meting)

  1. Hogere bekendheid bij de cliënten (of diens vertegenwoordiger) over de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning.
  2. Tevredenheid van de client (of diens vertegenwoordiger) over de ondersteuning (informatie, advies en begeleiding). Net als bij onze eigen dienstverlening streven we naar en klanttevredenheid met een 8.

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

De gemeente Meierijstad is koploper onafhankelijke cliëntondersteuning. Als gevolg van het koploperschap en uitstel van de Verzamelwet Wlz tot tenminste 01-07-2023 (die het mogelijk maakt dat inwoners bij de aanvraagprocedure van de Wlz ook een beroep kunnen doen op onafhankelijke cliëntondersteuning via het Zorgkantoor) wordt de opdracht aangescherpt en aangepast.

e. Randvoorwaarden / kwaliteitseisen

De medewerkers voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de van toepassing zijnde wetgeving. 
Zij onderhouden hun kennis voortdurend en aantoonbaar door scholing bij erkende opleidingsinstituten. Zij onderhouden frequent contact met de Toegang (gebiedsteams) en lokale cliëntondersteuners Er wordt ook samengewerkt met de KBO’s, stichting Ouders & Jeugdzorg en eventueel toekomstige nog te werven (vrijwillig) onafhankelijk cliëntondersteuners.

12. Deelopdracht Vrijwilligers

a.Uitgangspunten beleidskader

  • We stimuleren, faciliteren en waarderen onze vrijwilligers. We inventariseren wat er op het gebied van vrijwilligers gebeurt in onze gemeente. 
  • We onderzoeken welke drempels er zijn voor vrijwilligers/het uitvoeren van vrijwilligerswerk (ook in relatie tot betaald werk) en nemen deze zo veel mogelijk weg. Met betrekking tot sociale activering en participatie ligt er een relatie met deelopdracht 7.
  • We spelen in op de behoeften van de vrijwilligers, we matchen vraag en aanbod op het gebied van vrijwilligerswerk en hulpvragen sluiten aan op de talenten en interesses van vrijwilligers. We weten onze vrijwilligers te vinden en vinden nieuwe manieren om hen te betrekken. Dit leidt tot een grotere groep actieve vrijwilligers.
  • De huidige trend dat mensen liever kiezen voor incidenteel werk in plaats van langduriger werk vraagt om een andere aanpak om genoeg vrijwilligers te blijven vinden en actief te houden.
  • We zetten in op een positief vrijwilligersklimaat, zodat vrijwilligers zich veilig(er) voelen tijdens hun werkzaamheden.

Aanvullend hierop is het benoemen waard dat de welzijnspartijen zelf zich al jaren inzetten om vrijwilligers te ondersteunen. Vrijwilligers zijn onmisbaar, maar de ondersteuning voor hen door de professionals ook. De inzet die de partners zetten is enorm waardevol.

b. Opdracht/ taak

  1. Bemiddelen tussen vraag (vacatures) en aanbod (mogelijke vrijwilligers)
  2. Voorstel doen voor toekomst van de Beursvloer en afstemmen met gemeente 
  3. Geven van ondersteuning, informatie en advies aan vrijwilligersorganisaties en vrijwilligers over onder meer:
    1. nieuwe wetgevingen (bv WBTR)
    2. nemen van maatregelen voor positief vrijwilligersklimaat
    3. geven van tips en suggesties voor persoonlijke waardering door vrijwilligersorganisaties aan vrijwilligers
    4. Deskundigheidsbevordering/trainingen
  4. Het behouden van huidige vrijwilligers, onder meer door het waarderen, ondersteunen en trainen van vrijwilligers, waaronder ondersteuning bij de klussendienst
  5. De positie van de vrijwilligerssteunpunten verstevigen.
  6. De mogelijke barrières die er bestaan bij (potentiele) vrijwilligers wegnemen
  7. Kritisch volgen van maatschappelijke ontwikkelingen en daarop adequaat reageren.
  8. Stimuleren van vrijwilligerswerk
  9. Kritisch volgen en inspringen op de huidige trend dat mensen liever kiezen voor incidenteel werk in plaats van langduriger werk. Mogelijk vraagt dat om een andere aanpak om genoeg vrijwilligers te blijven vinden en actief te houden.
  10. Bijdrage leveren aan het tegengaan van grensoverschrijdend gedrag bij vrijwilligersorganisaties
    1. vertrouwenspersonen kenbaar maken bij de juiste partijen
    2. meer pr voor dit onderwerp, zodat vrijwilligersorganisaties aan de slag gaan met maatregelen op dit onderwerp om ongewenst gedrag te voorkomen.
  11.  Tevredenheidsonderzoek uitvoeren onder vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties, zodat trends tov het eerdere onderzoek eind 2020 zichtbaar worden. Net als bij onze eigen dienstverlening streven we naar en klanttevredenheid met een 8.
  12. Opzetten vrijwilligerspanel

c. Resultaat(meting)

  1. Behoud van huidige vrijwilligers en toename van de groep actieve vrijwilligers (nulmeting 2019)
  2. Resultaten/rapportage tevredenheidsonderzoek vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties. Net als bij onze eigen dienstverlening streven we naar en klanttevredenheid met een 8.
  3. Aantal geslaagde matches tussen vraag naar en aanbod van vrijwilligerswerk
  4.  Aantal uitgevoerde klussen
  5. Opgestart vrijwilligerspanel en de eerste ervaringen.

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

-    Uitvoeren tevredenheidsonderzoek.
-    Aanleveren rapportage/korte notitie over toekomst Beursvloer
-    Opzetten vrijwilligerspanel en eerste ervaringen opdoen
-    Inzetten op positief vrijwilligersklimaat, waaronder eerste ervaringen opdoen met vertrouwenspersonen

f. Randvoorwaarden/ kwaliteitseisen

-

13. Deelopdracht Ondersteuning burgerinitiatieven en sociale partners

a. Uitgangspunten beleidskader/visiedocument Meedoen!

De partners die actief zijn binnen het sociaal domein bieden op verschillende vlakken ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan burgerinitiatieven, maatschappelijke en welzijnsorganisaties.

b. Opdracht/ taak

  1. Geven van ondersteuning aan burgerinitiatieven, zolang die ondersteuning nodig is (tijdelijke inzet)
  2. Geven van ondersteuning aan danwel inzetten expertise t.b.v. sociale partners (zoals ouderenorganisaties, Damiaan, Pieter Breughelhuis, Vluchtelingenwerk) 
  3. Samenwerking met relevante partners wordt actief opgezocht waarbij uitwisseling ontstaat tussen expertise. Waar mogelijk worden ook krachten gebundeld tussen partijen t.b.v. dienstverlening aan de burgers. Hierbij wordt o.a. gedacht aan gezondheid (GGD), vluchtelingen (Vluchtelingenwerk), kunst en cultuur (Bibliotheek/Phoenix), participatie (SW-bedrijven, PIM, Leefgoed) en sport.
  4. Deelnemen in leefbaarheidsaanpak in twee Boschweg NoordOost (Schijndel) en Veghel-Zuid, samen met Area/Woonmeij, inwoners, gemeente en andere partners. 

c. Resultaat(meting)

  1. Aantal ondersteunde initiatieven, aantal hulpvragen, etc.
  2. Tevredenheid bij de sociale partners en de burgerinitiatieven over de ondersteuning/samenwerking. Net als bij onze eigen dienstverlening streven we naar en klanttevredenheid met een 8.
  3. Aantal samenwerkingen/coproducties die tot stand komen met partners

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

De samenwerking met relevante partners is nadrukkelijker geformuleerd. Daarnaast is participatie opgenomen voor 2 projecten/wijken, zie hieronder voor toelichting. De leefbaarheidsaanpak is begin 2021 van start gegaan in twee gebieden: Boschweg Noordoost (Schijndel) en Veghel-Zuid. Daar zijn integraal samengestelde actieteams opgestart, waar welzijnscollega’s ook in deelnemen. Toelichting: zie hieronder

e. Randvoorwaarden/ kwaliteitseisen

De welzijnsorganisaties geven in het werkplan aan om welke type ondersteuning de betreffende sociale partners vragen, en wat redelijkerwijs daarvoor geboden kan worden.
Ook wordt geïnventariseerd welke burgerinitiatieven om ondersteuning hebben gevraagd c.q. te verwachten zijn, en welke inzet redelijkerwijs nodig is.

NB ad b.4 In de prestatieafspraken tussen gemeente, corporaties en huurdersverenigingen was voor 2020 opgenomen dat voor ten minste één buurt of wijk waar Woonmeij en één buurt of wijk waar Area woningbezit heeft, een gezamenlijk plan van aanpak voor de leefbaarheid wordt uitgewerkt. Dat is gebeurd, en het betreft de gebieden Boschweg Noordoost (Schijndel) en Veghel-Zuid (1).  Inmiddels zijn in beide gebieden actieteams gestart, die divers zijn samengesteld: 

inwoners, corporatie, welzijnsinstelling, gemeente, evt politie. De actieteams worden voorgezeten door de buurtadviseurs werkend in de betreffende gebieden. De aanpak is grotendeels ‘bottom up’, waar samen met de inwoners(organisaties) energie en richting wordt gegeven aan de acties. De uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor zijn een onderlegger voor gesprek met inwoners over wat er in het gebied nodig is, en wat inwoners zelf kunnen doen en wat de instanties kunnen bijdragen. Per gebied gaat het actieteam aan de slag met wat daar specifiek nodig is. 

Ad 1: De keuze voor de twee wijken is tot stand gekomen op basis van de eerste meting van de leefbaarheidsmonitor en gesprekken hierover met medewerkers leefbaarheid van de woningcorporaties (Area en Woonmeij), de welzijnsinstellingen (Welzijn de Meierij en Ons Welzijn) en vakinhoudelijke medewerkers van de gemeente en gebiedsgerichte medewerkers (buurtadviseurs) van de gemeente. Deze selectie is bestuurlijk bekrachtigd in de prestatieafspraken 2021.

14. Deelopdracht Eenzaamheid

a. Uitgangspunten beleidskader

In navolging van het Pact voor Ouderen van het ministerie en één van de speerpunten uit het gezond­heidsbeleid - verlichten van eenzaamheid bij jongeren en ouderen-, heeft gemeente Meierijstad samen met lokale professionele en vrijwillige organisaties de krachten gebundeld en is een lokale coalitie tegen eenzaamheid opgestart. Deze coalitie is actief sinds eind 2018. De Coalitie Eenzaamheid is een samenwerkingsverband dat zich bezig houdt met het voorkomen, signaleren en bestrijden van eenzaamheid in de 13 kernen Meierijstad. Maar ook naast de coalitie voeren de welzijnspartijen al jaren lang allerlei initiatieven en ontmoetingsactiviteiten uit om eenzaamheid onder verschillende doelgroepen tegen te gaan.

Uiteraard heeft het thema eenzaamheid niet alleen raakvlakken met het gezondheidsbeleid, maar ook met andere beleidsterreinen binnen welzijn, zoals de inclusieve samenleving, dementievriendelijke gemeente, vrijwilligerswerk, laagdrempelige inloopvoorzieningen en dagbesteding.

b. Opdracht/ taak

  1. Actieve bijdrage aan coalitie één tegen eenzaamheid en week tegen de eenzaamheid
  2. Optimaliseren en inzetten op preventieve huisbezoeken 75+:
    1. Het ondersteunen van vrijwilligers die huisbezoeken bij (eenzame) ouderen uitvoeren. Uiteraard indien gewenst en akkoord van inwoner voor dit bezoek.
    2. Samen met gemeente optimaliseren van dit project
  3. Stimuleren en ondersteunen van lokale initiatieven die eenzaamheid tegengaan;
  4. De projecten en activiteiten die goed worden ontvangen door deelnemers, proberen te borgen. Wat goed is, goed houden.
  5. Het organiseren van jaarlijks twee grote netwerkbijeenkomsten om meer pr te geven voor dit onderwerp en organisaties meer te betrekken bij dit onderwerp;
  6. Het (laten) geven van jaarlijks vier workshops door organisaties over hoe organisaties signalen van eenzaamheid bij inwoners en werknemers kunnen herkennen;
  7. Minimaal eenmalig per kwartaal informeren van organisaties en inwoners hoe signalen te herkennen van inwoners die eenzaam zijn. En aan die organisaties en inwoners meegeven waar ze deze signalen neer kunnen leggen. Een mooi gevolg hiervan kan zijn dat de inwoner weet heeft van activiteiten in zijn omgeving;
  8. Organisaties meer met elkaar verbinden, zodat ze van elkaar weten welke mooie initiatieven en interventies al plaatsvinden om eenzaamheid tegen te gaan. Er zijn namelijk al heel veel mooie initiatieven die vele inwoners bereiken. Het gaat er vooral om dat organisaties weet hebben welke projecten waar plaatsvinden, zodat ze inwoners kunnen doorsturen of warm overdragen
  9. In afstemming met gemeenten bespreken hoe de bevindingen uit het rapport Rekenkamer onderzoek eenzaamheid in de praktijk te brengen, zoals:
    1. Verhogen bekendheid onder bewoners die nog geen gebruik maken van activiteiten. Waaronder één keer per maand een social media bericht en meer pr op plekken waar veel inwoners (jong en oud) komen;
    2. Ontmoetingsactiviteiten ook op feestdagen en in het weekend organiseren;
    3. Inventariseren hoe de bereikbaarheid van inwoners naar ontmoetingsactiviteiten te vergroten.

c. Resultaat(meting)

  • Het bij preventieve huisbezoeken:
    • optimaliseren werkwijze
    • aantal gepleegde telefoontjes en afgesproken huisbezoeken
    • de reden(en) voor het verrichten van een huisbezoek;
    • het aantal doorzettingen naar de professional van de welzijnspartij.
    • of de inwoner is geholpen met het huisbezoek.
  • Maandelijks pr bericht via social media over eenzaamheid
  • In vergelijking met 2022 meer activiteiten op feestdagen en weekenden

d. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet?

  • Bespreken met gemeente hoe de suggesties en bevindingen uit het rekenkameronderzoek Eenzaamheid in de praktijk te brengen.
  • Tevens geven we als gemeente de coöperatie opdracht om het thema eenzaamheid een boost te geven. De specifieke opdrachten die uitgevoerd kunnen worden met deze uren, zijn opgenomen onder 14.B Opdracht/Taak nummers 5 tot en met 9. Voor deze specifieke opdrachten ontvangt de coöperatie 4 uur extra. Bovengenoemde opdrachten gaat de coöperatie samen uitvoeren met een gemeentemedewerker, die ook 4 uur extra krijgt voor deze opdrachten. Nauwe samenwerking hierin is dus essentieel. 

e. Randvoorwaarden/ kwaliteitseisen

-