Verslag Commissie Omgevingskwaliteit Meierijstad 13 mei 2026
27e vergadering Commissie Omgevingskwaliteit Meierijstad
1. Opening
De voorzitter opent de vergadering en heet aanwezigen welkom.
2. Vaststellen agenda
- 2.1 Het tijdstip van behandeling van de agendapunten 3.1, 4.2, 7.1 en 9.1 is vooraf vastgelegd i.v.m. bezoekers.
3. Ingekomen stukken / mededelingen
- 3.1 Memo Supervisor Masterplan Veghel-Centrum.
- De commissie heeft met belangstelling kennisgenomen van deze memo en de hierbij behorende toelichting. Naar aanleiding hiervan wordt de voorkeur uitgesproken voor een supervisieteam, met als basis de reguliere commissie omgevingskwaliteit zo nodig aangevuld met specifieke deskundigheid die is toegespitst specifieke ambities behorende bij de planontwikkeling. Over de rol van de stedenbouwkundige van het Masterplan en Beeldkwaliteitsplan voor Veghel-Centrum wordt opgemerkt dat de wijze waarop deze stedenbouwkundige reageerde op de aanbevelingen van de commissie o.a. inzake bodem en water sturend lovenswaardig is. Een dubbelrol als architect van een van de gebouwen in combinatie met een rol in het stedenbouwkundige adviesproces is echter ongewenst. In het vervolgproces dienen hierover vooraf goede afspraken te worden gemaakt. Daarnaast wordt opgemerkt dat een Masterplan voor de Buitenruimte op dit moment nog ontbreekt. Hierop wordt aangegeven dat hiervoor op dit moment gesprekken met een ontwerpbureau lopen.
- 3.2 Definitief Jaarverslag 2025.
- Na behandeling in het college zal de raadsinformatiebrief met het definitieve verslag worden gedeeld.
- 3.3 Vakantieplanning.
- In verband met de beschikbaarheid van de commissieleden komt de vergadering van 5 augustus 2026 te vervallen. Deze datum valt in de schoolvakanties en de bouwvak.
4. Verslag vorige vergadering
- 4.1 Verslag Commissie Omgevingskwaliteit Meierijstad d.d. 15 april 2026. Het verslag van de vergadering van 15 april 2026 wordt ongewijzigd vastgesteld.
- 4.2 Toelichting doorzetten BKP Bunderdreef 2 te Boskant.
- In verband met de deadline en de bestuurlijke wens om dit plan mee te nemen in de wijzigingsronde was er geen gelegenheid meer om de laatste versie van dit plan met de commissie te delen. Hoewel er het bewustzijn is dat dit niet de gewenste werkwijze is, is het in dit geval met in acht name van de eerdere advisering verantwoord gevonden om dit plan door te zetten. De commissie betreurt deze werkwijze en constateert dat de in deze casus de weg naar, en de samenwerking met de commissie nog niet optimaal gevonden is. Dit in combinatie met het voornemen om de commissie ‘af te slanken’ vraagt men zich of hoe dit in de toekomst te verbeteren.
5. Actiepunten
- 5.1 Geen bijzonderheden.
6. Actiepunten portefeuillehouder
- 6.1 Geen bijzonderheden.
7. Terugkoppeling stand van zaken/ reactie op:
7.1 Voortgang doorontwikkeling Commissie Omgevingskwaliteit.
Door een aantal leden van het projectteam wordt de commissie bijgepraat over de wijze waarop men invulling wil geven aan de bestuurlijke ambitie om het Welstandsbeleid ‘te verarmen’ en de komen tot een ‘beleid 3.0’. Belangrijkste uitgangspunten hierbij zijn ernaar te streven om meer te vervatten in regelgeving en sneltoetscriteria en daarnaast scherpe keuzes te maken wat daadwerkelijk aan Welstand dient te worden voorgelegd om zodoende meer ambtelijk te kunnen afdoen er hiermede sneller en efficiënter te kunnen werken. Waarbij de huidige Commissie Omgevingskwaliteit wordt ‘afgeslankt’ en er voor specifieke gebiedsontwikkelingen een kwaliteitsteam wordt benoemd welke een binding heeft met de reguliere commissie. Tevens wordt voorgesteld om een ambtenaar ruimtelijke kwaliteit (ARK) aan te stellen die de taak heeft om zelfstandig de ‘kleine’ plannen te behandelen. Voorgesteld wordt ook dat deze ambtenaar ook deel uit gaat maken van de reguliere Welstandscommissie als adviseur en voorzitter. Daarnaast ligt het in de bedoeling dat er een sollicitatieronde komt voor de ‘nieuwe welstandscommissie’ Dit zou voor de zomervakantie in gang gezet moeten worden zodat per 1 jan 2027 begonnen kan worden in de nieuwe samenstelling.
De commissie heeft met belangstelling kennisgenomen van deze toelichting en plaatst hierbij een aantal kanttekeningen:
- Het aanstellen van een ambtelijk voorzitter >> Hoe wordt de onafhankelijkheid van de commissie geborgd? In het verleden is juist bewust de keuze gemaakt om het voorzitterschap te beleggen bij een onafhankelijk persoon. Voordien was het voorzitterschap veelal belegd bij de portefeuillehouder monumenten.
- Het terugbrengen van het aantal commissieleden naar drie >> De commissie is van mening dat hiermede wordt ingeleverd op kwaliteit doordat in haar beleving een te breed spectrum van kennis en deskundigheid wordt verwacht van de drie individuele commissieleden. De huidige kernkwaliteit zit hem niet in het feit dat een persoon persé alle genoemde kwaliteiten bezit of daar affiniteit mee heeft. De kernkwaliteit zit hem in het spiegelen en elkaar scherpslijpen voor een breed gedragen en constructief advies. Zodra dit bij een zeer beperkt aantal mensen wordt neergelegd verliest de commissie de nodige kritische massa.
- De huidige complementaire mix aan complementaire disciplines. Bezit het vermogen om integraal, doch met specifieke inbreng vanuit eigen expertise plannen te verrijken. Het doel om processen te versnellen, omgevingskwaliteit gebiedseigen vanuit cultuurhistorische waarden op zowel landschappelijke, stedenbouwkundige, architectonische en cultuurhistorische waarden dient voorop te staan. Het voordeel van een nog verder afgeslankte commissie wordt onvoldoende gezien. Men vraagt zich af of de gemeente zich hier rijk rekent met iets dat uiteindelijk meer geld gaat kosten en een risicovoller kwaliteitsresultaat oplevert. De commissie is van mening dat de jarenlange investering in een integraal commissie team nu op het spel wordt gezet. ‘Never change a winning team for a quick win….’
- Onduidelijk is wie de rol van secretaris in de nieuw samengestelde commissie gaat vervullen.
- Heeft het gemeentebestuur voldoende inzage in de werkwijze en het functioneren van de welstandscommissie? De desbetreffende bestuurder(s) wordt van harte uitgenodigd om eens een vergadering van de commissie bij te wonen.
- Onduidelijk is hoe verder vormgegeven gaat worden aan de behartiging en beoordeling van erfgoed en monumenten in relatie met de inbreng van plaatselijk kennis en betrokkenheid.
8. Ter informatie advisering gezamenlijke Welstand- en Monumentenkamer:
- 8.1 Terugkoppeling vergadering 19 maart 2026. De commissie heeft met instemming kennisgenomen van de terugkoppeling van deze vergadering.
- 8.2 Terugkoppeling vergadering 2 april 2026. De commissie heeft met instemming kennisgenomen van de terugkoppeling van deze vergadering.
- 8.3 Terugkoppeling vergadering 16 april 2026. De commissie heeft met instemming kennisgenomen van de terugkoppeling van deze vergadering.
9.Verzoek om advies c.q. stand van zaken van de volgende objecten:
9.1 ‘De Dreven’ te Sint-Oedenrode zuidelijke ontleding en openbare ruimte.
Mevrouw Toes van TLU-landschapsarchitecten en de heer Creemers van de gemeente Meierijstad zijn in de vergadering aanwezig om dit plan toe te lichten. Eerder is voor deze gebiedsontwikkeling al een concept op hoofdlijnen gepresenteerd, dit concept is ongewijzigd, wel is er een toevoeging aan de zuidzijde welke wordt begrensd door de Noordelijke Randweg en de Heikampenweg.
Toegelicht wordt dat er sprake is van een uitdaging in verband met de geluidsbelasting van de Noordelijke Randweg en de Schijndelseweg om deze reden is als uitgangspunt gekozen voor een zelfstandig buurtschap wat deel uitmaakt van Sint-Oedenrode maar waar door de gekozen afstand tot voornoemde wegen geen geluidswallen of schermen noodzakelijk zijn.
Voor het plan zijn vijf pijlers:
- Sociale cohesie
- Gezond wonen
- Water / Bodem sturend
- Natuur inclusief
- Verkeerskundig stimulering wandelen en fietsen
Verdere uitgangspunten zijn het behoud van het landschappelijke raamwerk bestaande uit een aantal bestaande historische lijnen zoals bijv. de Heikampenweg en de Langesteeg, aan de Noordzijde een zoom 50m’ spuitzone die is ingevuld als ecologische zone en parkeren. Daarnaast is er de keuze gemaakt om plaatselijk het maaiveld te verhogen ter plaatse van de woningen in verband met de verplichte getrapte waterberging van tenminste 100mm. en het hoogteverschil in het gebied wat met name in het westelijk deel aanzienlijk lager is gelegen. Ten slotte wordt opgemerkt dat de aanwezige, soms ondiep gelegen, leemlagen een grote invloed hebben op het waterbergend vermogen.
Naar aanleiding van deze toelichting en eerdere bestudering van de presentatie reageert de commissie als volgt:
- Graag aandacht voor de keerwanden welke noodzakelijk zijn om de hoogteverschillen op te vangen, deze zijn een kans voor ecologie door bijv. stapelstenen toe te passen.
- Het is belangrijk om het concept helder te houden als uitgangspunt, maar gelijktijdig ook om dit beter te doorgronden, nu is dit zonder toelichting niet mogelijk. Een maquette zou hieraan kunnen bijdragen.
- Veilige ontsluiting voor fietsers en voetgangers, de Noordelijke Randweg en de Schijndelseweg zijn drukke verkeersaders.
- De groene setting rondom de gestapelde bouw is alleen mogelijk als er ook daadwerkelijk ruimte rondom die bouwblokken wordt gemaakt. Vervolgens zou in die ruimte het parkeren (met name voor het meest zuidelijk blok) een veel minder prominente rol dienen te spelen dan nu in de planvorming is voorzien.
Voor wat betreft het zuidelijke deel van het plangebied, wat in samenspraak met de provincie de planstatus ‘landelijk gebied’ zal behouden wordt het volgende opgemerkt:
- Uitgezien wordt naar de verdere uitwerking van de ‘speciale slotjes’ geïnspireerd op het historische gegeven dat Sint-Oedenrode in het verleden zeven slotjes kende. Het nu getoonde referentie beeld met torentje, boomgaard en hagen vormt een prachtig ideaalbeeld. Op de ambitie om hier een combinatie met agroforestry te ontwikkelen wordt instemmend gereageerd.
- Het “boerenerf” in dit deel van het plangebied vindt de commissie niet overtuigend. De commissie vraagt zich af of het mogelijk is om hier meer aan te sluiten bij het “slagen landschap” dat zowel historisch als in de huidige tijd nog herkenbaar is in het plangebied.
De commissie ziet het vervolg in de vorm van een verder uitgewerkt conceptplan en een beeldkwaliteitsplan met belangstelling tegemoet.
10. Rondvraag
- 10.1 Er wordt geen gebruik gemaakt van de rondvraag.
11. Volgende vergadering
De volgende vergadering wordt gehouden op 10 juni 2026.
12. Sluiting
- 12.1 De voorzitter dankt aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
| Nummer | Actie | Verantwoordelijk |
|---|---|---|
| 2.9 | Aandacht voor bescherming niet aangewezen waardevolle en beeldbepaldende objecten | MVB / Allen |
| 4-11.3 | Stand van zaken met betrekking tot het verplaatsen van de boerderij Morgenstraat 2 te Keldonk in verband met aanleg N279. | MVB |
| 23-11.4 | Gebiedsvisie Molenheide, verbinden van de leembossen Geelders en het Wijboschbroek op te lossen om geïsoleerde ligging van Wijboschbroek op te heffen. | |
| 27-3.1 | Overleg werkatelier Gebiedsontwikkeling, bescherming voorgedragen land- en buurtschappen |
| Nummer | Actie | Verantwoordelijk |
|---|---|---|
| 7.3.2 | Nota Bouwen aan het verhaal van het Duits Lijntje | MVB |
| 15-8.5 | Toezicht & Handhaving bij monumenten |