Jaarverslag 2025
Rekenkamer Meierijstad, Maart 2026
Voorwoord
In 2025 stond het sluitend krijgen van de begroting voor 2026 hoog op de bestuurlijke agenda van de gemeenteraad. Het leidde tot een aanzienlijke bezuiniging. Ook het budget van de rekenkamer is daarbij gekort. Dit besluit raakt direct de mogelijkheden om onafhankelijk onderzoek te doen en de gemeenteraad goed te ondersteunen bij zijn kaderstellende en controlerende rol.
Wat ons hierbij opviel is dat de gemeenteraad naliet om een inhoudelijk debat te voeren over de functie en betekenis van de rekenkamer als ondersteuner van de raad. Daarmee bleef onderbelicht welke waarde onafhankelijk onderzoek heeft voor de kwaliteit van besluitvorming, juist in tijden van financiële druk.
Het besluit van de gemeenteraad is ook moeilijk te vatten omdat het haaks lijkt de staan op de uitkomst van een landelijk gevoerde discussie over de versterking van de positie van de gemeenteraad, provinciale staten en het algemene bestuur van een waterschap. Deze discussie laat zien dat verdere professionalisering van rekenkamers en een goede werkrelatie tussen raad en rekenkamer noodzakelijk zijn om de democratische controle op niveau te houden. Ministerie van BZK, Vereniging van Rekenkamers en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden benadrukken dat in elke gemeente “gedegen rekenkameronderzoek” gewenst is ter versterking van de positie van de raad.
Tegelijkertijd is het raadsbesluit voor de rekenkamer ook een duidelijk signaal. We moeten beter laten zien wie we zijn, wat we doen en hoe onze onderzoeken de raad concreet helpen bij het maken van keuzes. In dit jaarverslag 2025 laten we daarom niet alleen de uitkomsten van onze onderzoeken zien, maar willen we ook een aanzet geven voor een goed gesprek met en binnen gemeenteraad over de waarde van een stevige rekenkamer. Een sterke raad verdient een rekenkamer die zichtbaar en goed toegerust is om die raad te ondersteunen.
Uw reactie en vragen zijn van harte welkom.
Namens de rekenkamer,
Drs. M.I. (Maarten) Pieters voorzitter
2. De rekenkamer Meierijstad
3.1. Samenwerkingsverbanden
Aanleiding voor het onderzoek
Gemeenten werken steeds vaker samen om maatschappelijke opgaven efficiënter en effectiever aan te pakken. Met de fusie tussen de gemeente Schijndel, St. Oedenrode en Veghel in 2017 werd de ambitie uitgesproken om als gemeente Meierijstad een verbindende en coördinerende rol te spelen bij de bestuurlijke samenwerking in de regio Noord-Oost Brabant. Samenwerking tussen deze gemeenten biedt voordelen zoals kennisdeling, schaalvoordelen en risicospreiding, maar vermindert tegelijk de directe invloed van de gemeenteraad, terwijl de gemeente financieel en bestuurlijk wel verantwoordelijk blijft. De raad moet daarom de balans bewaken binnen samenwerkingen tussen enerzijds taken en anderzijds het doelmatig en effectief inzetten van de beschikbare middelen. Dit roept de vraag op hoe het bestuur van de gemeente Meierijstad omgaat met het bewaken van deze balans tussen taken en beschikbare middelen. In het onderzoek is enerzijds onderzocht hoe afwegingen bij deelname aan samenwerkingsverbanden worden gemaakt en anderzijds hoe de gemeente Meierijstad sturing houdt op de samenwerking om de taken en middelen in balans te houden.
Doelstelling van het onderzoek
Het doel van het onderzoek is niet alleen het vergroten van het inzicht van de rekenkamer in de afwegingen die de gemeente maakt bij het aangaan of evalueren van een samenwerking en of, en zo ja hoe, de gemeenteraad grip behoudt op de samenwerkingsverbanden en de gerealiseerde samenwerkingskracht. Het is ook de bedoeling om de gemeenteraad inzicht te bieden in een mogelijk afwegings-/beoordelingskader voor het aangaan of evalueren van samenwerkingen.
Uiteraard is het aan het gemeentebestuur om een dergelijk kader vast te stellen, maar de rekenkamer vindt het belangrijk om de gemeenteraad hier op politiek-neutrale wijze mee op weg te helpen om zoveel mogelijk van waarde te zijn voor de gemeenteraad.
Onderzoek en vervolg
Het onderzoek is in opdracht van de rekenkamer uitgevoerd door onderzoeksbureau Necker. De onderzoekers hebben in meer algemene zin gekeken naar alle regionale samenwerkingen in de vorm van een verbonden partij en twee casussen uitgediept in het onderzoek, namelijk Regio Noord Oost Brabant (RNOB) en de beide werkvoorzieningschappen waaraan de gemeente deelneemt. Aan het onderzoeksrapport ligt een literatuur- en documentenstudie ten grondslag. De onderzoekers hebben ook ambtelijk betrokkenen rondom regionale samenwerking en in het bijzonder de RNOB en werkvoorzieningschappen geïnterviewd, net als de portefeuillehouders. Ook heeft een raadsgesprek plaatsgevonden. Het concept rapport is voorgelegd voor ambtelijk wederhoor en vervolgens heeft op het aangepaste rapport bestuurlijk wederhoor plaatsgevonden. Na oplevering van het onderzoeksrapport heeft de rekenkamer een oplegnotitie opgesteld. In deze oplegnotitie zijn, onder andere, de aanbevelingen aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders opgenomen.
Bestuurlijke besluitvorming
De raadsbehandeling vond plaats op 11 december 2025.
3.2. Doe-mee onderzoek onderbesteding
Aanleiding voor het onderzoek
De Vereniging van Rekenkamers selecteert jaarlijks een onderwerp voor een zogenaamd Doe-mee onderzoek en rekenkamers kunnen aan dit onderzoek meedoen. Het onderwerp voor 2025 was onderbesteding. Zo’n 150 rekenkamers nemen deel aan dit onderzoek, waaronder de rekenkamer Meierijstad. De rekenkamer heeft besloten om deel te nemen aan dit onderzoek, maar aanvullend wel een externe onderzoeker in te schakelen om een lokale verdiepingsslag te bieden op het onderzoek, zodat de gemeenteraad van Meierijstad uiteindelijk echt iets met de resultaten van het onderzoek kan.
Doelstelling van het onderzoek
Het doel van het onderzoek is het bieden van inzicht aan de gemeenteraad over de mate waarin onderbesteding aan de orde is, de oorzaken hiervan en de middelen die de gemeenteraad heeft om hier grip op en inzicht in te krijgen.
Onderzoek en vervolg
Het Doe-mee onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers heeft helaas vertraging opgelopen. Naar verwachting komt het onderzoeksrapport pas in februari 2026 beschikbaar. De insteek van de rekenkamer Meierijstad was dat de lokale verdieping, samen met het onderzoeksrapport, voor de gemeenteraadsverkiezingen aangeboden kon worden voor behandeling in de raad. Helaas blijkt dit door de vertraging niet haalbaar. Het onderzoeksrapport van de Vereniging van Rekenkamers wordt opgesteld aan de hand van een documentenstudie. De extern onderzoeker die de rekenkamer heeft gevraagd een lokale verdiepingsslag uit te voeren heeft dezelfde documenten bestudeerd en daarnaast interviews gehouden met de ambtelijk betrokkenen en de portefeuillehouder. Daarnaast heeft de onderzoeker gesprekken gevoerd met de gemeenteraad. De rekenkamer hecht eraan om de onderzoeksresultaten nog aan te bieden aan de huidige gemeenteraad, zeker ook gelet op de input die de huidige raad hiervoor geleverd heeft. Om die reden heeft de rekenkamer ervoor gekozen een rekenkamerbrief op te stellen naar aanleiding van de bevindingen van de onderzoeker en vooruitlopend op het rapport van het Doe-mee onderzoek. Er heeft ambtelijk wederhoor plaatsgevonden naar aanleiding van een concept-brief en deze wordt in 2026 geagendeerd voor het fractievoorzittersoverleg (gelet op het feit dat dit overleg de taken van een auditcommissie uitvoert). Naar verwachting zal de brief begin 2026 worden aangeboden aan de gemeenteraad en worden gepubliceerd. Ook zal de rekenkamer bekijken of het onderzoeksrapport van het Doe-mee onderzoek nog van aanvullende waarde is voor de gemeenteraad en dit bij een positieve beantwoording van die vraag nazenden aan de gemeenteraad.
Bestuurlijke besluitvorming
Niet aan de orde in 2025.
3.3. Verkennend onderzoek armoedebeleid
Medio 2025 is gestart met een verkennend onderzoek naar de vraag of een rekenkameronderzoek naar armoedebeleid van voldoende meerwaarde wordt geacht voor de gemeenteraad. Hiervoor is informatie ingewonnen bij deskundigen in den lande, is een aantal documenten bekeken en heeft een gesprek plaatsgevonden met ambtelijk betrokkenen. Eind 2025 heeft de rekenkamer besloten dat het op dit moment niet opportuun is onderzoek te doen op dit beleidsterrein. Naar aanleiding
van een intern uitgevoerd onderzoek wordt momenteel hard gewerkt aan het doorvoeren van verbeteringen binnen de uitvoering van dit beleidsterrein. Mogelijk dat de rekenkamer in de toekomst nogmaals bekijkt of onderzoek op dit beleidsterrein opportuun is. In 2026 zal de rekenkamer zich beraden op een volgend onderzoeksonderwerp.